Abessijnen en Somali's
Door Klaas van der Wijk
Over vele kattenrassen bestaat een mysterieuze en interessante bestaansgeschiedenis. Denk maar eens aan de sprookjesachtige geschiedenis, die verweven is rondom de Heilige Birmaan.
Geschiedenis
De geschiedenis over het ontstaan en de oorsprong van de Abessijn bevat één van de grootste mysteries in de raskatten wereld.
De Abessijn is een kattenras, die in Engeland gefokt zou zijn uit inlandse tabby katten met behulp van Zula, een kat, die er als een wilde kat uitzag en door een zekere mrs. Barrett - Lennard uit het toenmalige Abessynië (nu Ethiopië) naar Engeland gebracht zou zijn.
Dit gebeurde in het laatste kwart van de vorige eeuw na de Abessijnse veldtocht van de Engelsen, die duurde van 1867 tot 1868. In 1874 werd het boek: Cats: Their points and their Characteristics geschreven door William Gordon Staples, uitgegeven.
In dit boek werd dit verhaal voor het eerst gepubliceerd. In 1969 schreef Brian Fitzgerald echter in zijn boek:"The domestic cat", dat de familie Barrett - Lennard geen enkele band had met de vrouw in kwestie noch met de kat Zula. Toch bestaat er geen twijfel aan het bestaan van Zula. De naam Zula verwijst naar de tijdelijke havenstad Zula in het toenmalige Abessynië. Er bestaat een portret van Zula, waar ze op een kussentje ligt (zie :,,Abessijnen en Somali's" van J.P.Maas blz.6). Men moet wel veel fantasie hebben om daar de tegenwoordige Abessijn in te herkennen. Misschien was de schilder niet in staat een goed portret te schilderen, de afgebeelde kat had een ronde kop, hele kleine oortjes en een weinig elegant lichaam. Wel kan men een vacht met duidelijke ticking herkennen.
Misschien is deze kat toch de grondlegster van het ras.
Toen ik enige jaren geleden in Italië keurde verscheen er een nieuwe ,,raskat " op mijn tafel: de kat van Ceylon.
Deze kat was meegebracht uit Sri Lanka en zag er uit als een "wilde Abessijn" met een vacht met ticking strepen op de pootjes, ringen in de staart en een scarabee op het voorhoofd. In deze kat kon ik eerder een grondlegger van het Abessijnse ras herkennen dan in Zula.
Toen bleek, dat Zula jongen kon krijgen met gedomesticeerde katten wist men zo te fokken, dat reeds in 1882 het ras met de prachtige haaskleurige vacht erkend kon worden. Een foto uit 1903 laat al een uitmuntende Abessijnse kat zien, maar Engelsen zijn dan ook uitstekende fokkers en ze hebben zeker een vast fokdoel voor ogen gehad: de heilige Egyptische kat!
En daarin zijn ze zeker geslaagd.
Bekende en beroemde fokkers hebben aan de opbouw van het ras meegewerkt zoals H.C. Brooke en mrs. Carew - Cox (zij had ook een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de Blauwe Rus). Mrs. Carew - Cox had belangrijke katers in haar bezit zoals Aliminium (1905) en Ras Dashan (1908). Toch wordt verondersteld, dat er verscheidene rassen zoals de Siamezen, Britten en Blauwe Russen voor de opbouw van het Abessijnse ras zijn gebruikt.
Wat dat betreft zou men een parallel kunnen trekken met de creatie van de tamme Bengaalse kat. Ook hier werd een wilde kat gebruikt om met behulp van huiskatten een nieuw ras te fokken met behoud van het spectaculaire uiterlijk, maar met het karakter van de lieve rustige tamme huiskat.
Ondanks de inbreng van gewone rassen en huiskatten om de basis voor de Abessijn te leggen, heeft de Abessijn door de jaren heen iets 'oorspronkelijks', iets 'wilds', iets 'echts' behouden. Ik denk, dat het datgene is wat mij zo in dit ras aantrekt.
Na de tweede wereldoorlog waren er slechts 12 Abessijnen in Engeland overgebleven.
Belangrijke fokkers van na de oorlog waren Edith Menezes (Taishun) en Florence Bone (Nigella). Uit deze cattery's werden door Maria Falkena en Dr. Jebbink, Abessijnen naar Nederland geïmporteerd.
De rasstandaard, die de aartsvader van de Cat Fancy, Harrison Weir in 1889 opstelde is praktisch gelijk aan de tegenwoordige standaard. In de Cat Fancy mag dit heel bijzonder genoemd worden.
Als we bijvoorbeeld de Siamese kat en de Perzische kat van het begin van deze eeuw vergelijken met de tegenwoordige dan zien we juist een enorm verschil.
Hoewel er voor de tweede wereldoorlog al enige Abessijnen in Nederland waren, begon het fokken van Abessijnen in Nederland in het begin van de zestiger jaren. De dames Falkena en Jebbink importeerden uit Engeland enige dieren. Ik heb bij mevr. Falkena thuis nog een paar van die eerste importdieren gezien en eerlijk gezegd vielen ze me wat tegen.
De Engelse importpoes Taishun Cleonie had bijvoorbeeld een witte vlek. Omdat deze poes vrij veel in het voorgeslacht van de latere Abessijnen voorkomt, traden witte vlekken regelmatig op. Ze vertoonden een voorkeur om tussen de achterpoten en als medaillon op te treden. Soms wordt er nog wel eens een Abessijns kitten geboren met een witte vlek!
Een echte sprong vooruit in het Nederlandse Abessijnen bestand werd pas gemaakt toen mevr. Falkena de poes Assunta van Ras-Dashan wist te verwerven, omdat de eigenaren uit elkaar gingen. Assunta was een prachtige Abessijn met een heerlijk karakter. Omdat veel van haar zonen voor de fok werden gebruikt, komt ze in bijna alle stambomen van Nederlandse Abessijnen voor.
In de zeventiger jaren werden veel Abessijnen naar Amerika geëxporteerd en werden ook de eerste Amerikaanse Abessijnen in Nederland geïmporteerd. In latere jaren zouden er nog vele Amerikaanse Abessijnen volgen.
Sommige waren een aanwinst voor onze Abessijnen fok, andere hadden een minder goede inbreng. In het kort gezegd dit: de Amerikaanse Abessijnen brachten ons een prachtige vachtkleur, maar de schitterende lichaamsbouw en de alerte elegante kop met de grote oren van Assunta en haar directe nakomelingen gingen voorgoed verloren. Bovendien was de ticking niet meer zoals hij vroeger was.
De eerste Abessijnen hadden allemaal witte lippen en een witte kin. Bovendien liep dit wit vaak diep in de hals naar beneden. Dit wit was zo algemeen aanwezig, dat het als bij het ras behorend werd beschouwd. Door de Amerikaanse Abessijnen is bij prijswinnende Abessijnen en Somali's van tegenwoordig dit wit grotendeels of geheel verdwenen!
Somali's
Geschiedenis
Al in de zestigerjaren doken er regelmatig verhalen op, dat er in Amerika wel eens langharige dieren in Abessijnen nesten voorkwamen. Dit weerhield mij er destijds van om ook een Abessijn uit Amerika te importeren.
De introductie van de langhaarfactor in het Abessijnen bestand leek me desastreus!
In 1977 voerde mevr. Broisch uit Keulen de eerste Somali's in Europa in. Toen ik ze zag vond ik ze schitterend! Ze heetten Foxtail Star Trek en Junee Juel.
In 1979 kwam mijn eerste Somali -Nephrani's Royale - uit Amerika naar Nederland. Ze was een mooie maar erg schuwe kat, die voor slechts één nakomeling zorgde, een kater. Deze zoon heeft in FIFé clubs voor vele nakomelingen gezorgd. Al spoedig volgden andere importdieren.
De Somali werd meteen een populaire kat zowel op shows alsook als gezelschapskat.
Talloos zijn de verhalen van eigenaren die leuke, onverwachte of opwindende geschiedenissen met hun dier beleefden. Wat denkt u bijvoorbeeld van de Somali die een levende volwassen eend als cadeautje voor zijn bazin thuisbracht!
De grote strijdster voor de rechten van de 'langhaar Abessijn' in Amerika was Evelyn Margue. Zij ontdekte als medewerkster aan een dierenasiel: 'George' een prachtige langhaarkat, die daar was afgegeven.
Als Abessijnen fokster herkende ze het dier als een Abessijn met halflanghaar. Ze was zo geïmponeerd door de schoonheid van deze kat, dat ze zijn oorsprong wilde achterhalen. Dit lukte, ze wist zelfs de ouders van George te traceren en te verwerven. Met deze dieren fokte ze 5 Somali's.
Intussen was er een Somaliclub opgericht en leden van deze club beijverden zich om de oorsprong van de langhaarfactor in het Amerikaanse Abessijnen bestand op te sporen. Het bleek, dat alle Somali's een gezamenlijke voorvader hadden en wel de uit Engeland geïmporteerde kater Raby Chuffra. Hij werd op 4 april 1953 in Engeland geboren en in 1953 naar de Verenigde Staten geëxporteerd. Raby Chuffra stamde af van de poes Roverdale Purrkins, die er wel als een Abessijn uitzag maar van onbekende afstamming was. Omdat men na de oorlog het Abessijnen bestand weer moest opbouwen, gebruikte men daarvoor elke kat die er maar ongeveer als een Abessijn uitzag.
Men neemt dan ook algemeen aan, dat het gen voor langhaar via Purrkins in het Abessijnen bestand is ingeslopen.
Iedere fokker met enige ervaring weet, dat een recessief gen generaties lang verborgen kan blijven tot twee dieren, die datzelfde gen dragen aan elkaar worden gepaard en de verborgen eigenschap zichtbaar wordt. Zo kan er uit twee korthaar katten onverwacht een langhaar opduiken.
Fokken
In een gemengd nest van Abessijnen en Somali's herkent men de langhaartjes meteen na de geboorte. Ze zijn donkerder van kleur en hun vachtjes vertonen golfjes om de nek en op de rug. Ze zien eruit als kleine mollen.
Karakter
We kunnen rustig stellen, dat Abessijnen en Somali's hetzelfde karakter en hetzelfde gedrag vertonen.
In de eerste plaats moet ik zeggen geen intelligentere kat te kennen. Wanneer men met deze dieren samenleeft moet je er rekening mee houden dat je als mens regelmatig het onderspit zult delven als het op slimheid en intelligentie aankomt. Dat moet je kunnen verdragen anders word je er beslist gek van. Ik heb wel eens een Abessijn teruggekregen, omdat de eigenaren niet tegen de kat waren opgewassen en haar op het laatst niet meer konden verdragen. Ik kan me dat wel indenken.
Een van onze eerste Abessijnen kon er ook wat van.
Op een keer zouden we een dagje op visite gaan. Alles was geregeld: de katten waren verzorgd en er waren beslist geen open ramen in het huis. Het hele gezin zat al in de auto, maar voordat ik wegreed werd mijn blik naar het dak van het huis getrokken. Daar liep onze Abessijn: elegant en met een blik van: "Zie me eens fijn gaan!" Probeer dan nog maar eens om op tijd op je afspraak te komen! Nee dus.....
Hoewel je Abessijnen en Somali's heel goed in huis kunt houden, verdragen ze het niet om te worden opgesloten. Gesloten deuren zijn een gruwel voor ze, je moet ze vrijheid en ruimte geven, een royale buitenren of een afgeschermde tuin met veel klim en speelmateriaal is het einde.
Gewoon loslopen zou nog beter zijn, maar dat is beslist af te raden. Niet alleen diefstal en het verkeer vragen veel slachtoffers, maar er heersen te veel besmettelijke ziekten onder loslopende huiskatten om risico's te dragen.
Abessijnen en Somali's zijn meesters in het uitbreken. Laat uw nieuwgebouwde buitenren gerust testen door een Abessijn. Hij zal u in korte tijd van elke tekortkoming op de hoogte stellen.
Abessijnen en Somali's zijn heel aanhankelijk en zijn erg op de mens gericht. Daardoor is het mogelijk om een intensief contact met je kat op te bouwen.
Uiterlijk
Abessijnen en Somali's zijn tabby's en zelfs in de meest dominante vorm.
De daarbij behorende strepen en banden zijn door selectief fokken grotendeels verdwenen. Abessijnen en Somali's bezitten tevens het dominante gen voor Agouti. Dit betekent dat op iedere haar afzonderlijk een bandering zit met afwisselend donkere en lichte bandjes. Dit wordt 'ticking' genoemd. Een Abessijn moet tenminste twee donkere bandjes per haar hebben. Een Somali heeft er op zijn langere haren meestal enige meer. Door het 'ticked-tabby' patroon is de ticking regelmatig over het lichaam verdeeld, maar de buikzijde is egaal van kleur. Op de kop zorgt het tabby-gen voor een expressieve en duidelijke scarabee. Over de rug loopt meestal een aalstreep, die doorlopend over de staart eindigt in een donkere punt. Aan deze staartpunt kan men de genetische kleur herkennen. Deze zelfde kleur kan men ook vinden aan de achterzijde van de achterpootjes (de laarsjes) en meestal ook aan de voetzolen.
Voor determinatie van de kleur zijn de voetzolen niet maatgevend, de staartpunt is dat wel.
De kleur van Abessijnen en Somali's is zonder meer bijzonder. Hoewel het genetisch slechts één kleur betreft, manifesteert ze zich als twee kleuren. Er is de kleur van de ticking, de staartpunt en de overige effen gekleurde delen en de kleur van de ondervacht en de buikkleur. De oranje buik- en ondervacht kleur vormt een prachtig en indrukwekkend contrast met de zwarte kleur van de ticking bij de wildkleur Abessijn.
Aanvankelijk kwamen Abessijnen en Somali's alleen voor in de kleuren wildkleur en sorrel. Nu zijn ze er ook in blauw, fawn, chocolate, lilac, genetisch rood en genetisch crème en al deze kleuren komen ook nog eens voor met een zilveren ondervacht. Voor deze uitbreiding van het Abessijnse kleurenpalet zijn andere rassen ingekruist.
Hoewel vroeger beweerd werd, dat de kleur blauw al vanaf het begin in het Abessijnen bestand aanwezig was, werd onlangs bewezen dat deze kleur er ook via blauwe Burmezen is ingefokt.
Opmerkelijk is dat de Abessijnen en Somali's over een schutkleur schijnen te beschikken. Ik bedoel daarmee, dat omgeving en licht een grote invloed op hun verschijningsvorm hebben. Ze kunnen als het ware van kleur veranderen.
Er stond eens een buurmeisje bij mij voor de deur en riep: "Die groene kat van jou zit in onze tuin!" En het was waar: mijn wildkleur Abessijn leek op het grote gazon groen.
Wat is er mooier dan een Abessijn sluipend door je tuin of een Somali met zijn schitterende pluimstaart in je boom?
Als je een tijger zou willen aaien en het leven van een oorspronkelijke kat wilt delen en je bovendien de humor kunt inzien van het feit dat een kat vaak slimmer is dan jij, dan kan ik een Abessijn of Somali van harte aanbevelen.
Ziektes
Omdat Abessijnen en Somali's nauw aan elkaar verwant zijn en bovendien onderling worden gekruist is het niet verwonderlijk, dat er in beide rassen ook dezelfde ziektes voorkomen.
Voor twee ziektes moet men als fokker
extra alert zijn en wel:
Progressieve Retina
Atrofie (PRA) en Patella Luxatie (PL).
PRA betreft een erfelijke oogziekte, die tot blindheid bij het betreffende dier leidt. Daarom wordt door betrouwbare fokkers alleen nog maar met katten gefokt, die op PRA zijn getest en negatief zijn bevonden.
PL is een erfelijke ziekte waarbij de knieschijf uit zijn normale positie springt. Het dier kan dan plotseling niet meer lopen. Daarom moet er slechts met dieren, die een negatieve PL test hebben, worden gefokt.
Nieramyloidosis
Door een verkeerde eiwitafzetting op de nieren van de kat, kunnen de nieren uiteindelijk niet meer werken. De getroffen dieren overlijden op vrij jonge leeftijd, meestal tussen het vijfde en zevende levensjaar.
Omdat er mogelijk een familiair verband bestaat is het belangrijk, dat alle Abessijnen en Somali's, die aan nierfalen overlijden worden onderzocht.
Prof. dr. E. Gruys, hoofd van de afdeling pathologie van de Universiteit van Utrecht kan zonodig nadere informatie verstrekken.
Tentoonstellen
Op shows zijn Abessijnen en Somali's niet zelden Best in Show winnaars.
Dit is niet zo verwonderlijk omdat er in beide rassen schitterende dieren voorkomen. Bovendien is hun persoonlijkheid meestal zo imponerend, dat ze in staat zijn de keurmeester volledig om de vinger te wikkelen.
Moeilijk te hanteren katten van dit ras komen nauwelijks voor. Al met al zijn Abessijnen en Somali's zowel als showdier en als gezelschapskat van harte aan te bevelen.
Bron: Neocat Magazine 6-2003
STANDAARD ABESSIJN
Afgeleid van de GCCF-standaard
De Abessijn is een harmonieus gebouwde kat van gemiddelde grootte. Het middelslanke lichaam is soepel en gespierd en heeft een glad aanliggende vacht met een duidelijke ticking.
Een kat behoort niet hooggewaardeerd te worden omdat hij in één opzicht uitblinkt.
KOP
Alle lijnen van de kop zijn afgerond, vooral het voorhoofd. Doordat de schedel breed bij de oren is en het snuitje afgerond, heeft de kop een gematigde wigvorm.
De kaaklijn vertoont een lichte onderbreking.
Bij volwassen katers zijn katerwangen toegestaan. Belangrijk in het profiel is de lichte glooiing bij de neusbrug; een dopje op de neus is ongewenst.
Volle en stevige kin. Elegant gebogen nek.
OREN
De grote oren zijn wijd uit elkaar geplaatst en zetten de lijnen van de wig voort, ze wijzen iets naar voren
De oren hebben een diepe schelp, met een goed behaarde binnenrand. Oorpluimpjes gewenst.
OGEN
Grote, licht amandelvormige ogen, wijd uit elkaar en schuin geplaatst.
OOGKLEUR
Heldere diepe tint amber, hazelnoot of groen.
LICHAAM
Middelgroot, vrij slank, maar goed gespierd soepel lichaam met een horizontale ruglijn.
POTEN en VOETEN
Slanke, elegante poten in goede verhouding tot het lichaam. Kleine, ovale voeten.
STAART
Vrij lang, breed aan de basis en geleidelijk smaller toelopend. De punt van de staart reikt, wanneer de staart langs het lichaam gehouden wordt, tot vlak achter de schouders.
VACHTSTRUCTUUR
Korte glad aanliggende vacht, fijn van structuur maar niet zacht.
AFTEKENING
Duidelijke ticking met tenminste 4 kleurbandjes (dubbele ticking).
De haarwortels zijn in de grondkleur en de haarpunten in de genetische kleur.
Gepigmenteerde lijnen in de genetische kleur van de binnenste ooghoek naar de bovenkant van de kop en ook van de buitenste ooghoek naar de rand van de oren.
Het haar rondom de ogen is licht gekleurd en de ooglidranden hebben de genetische kleur.
De oren zijn donkerder bij de oorpunten en bij voorkeur lichter in het midden (duimafdruk).
Kin, lippen en neusvleugels in de grondkleur of crème, wit is ongewenst; overige witte aftekeningen, zoals b.v. een medaillon, niet toegestaan. Er loopt bij voorkeur een lijn in de genetische kleur van de achterzijde van de kop, over de ruggengraat en de staart waar hij overgaat in een effen punt van dezelfde kleur (aalstreep).
Deze zelfde kleur loopt vanaf de tenen tot de hiel (laarsjes).
Géén zware gesloten halsband, strepen of andere aftekeningen toegestaan, alleen een vage gebroken halsband of vage streepjes op de poten.
Puntentelling
Kop 15
Oren 10
Ogen 5
Nek, lichaam 15
Poten, voeten 10
Staart 5
Vachtkleur 20
Ticking 20
Totaal 100
Beoordeling GOED
witte vlekken zoals medaillon
ZEER GOED
gedrongen, grof, klein of oosters type
NIET TOEGESTAAN (geen titel of U1 bij kittens)
1. Wit doorlopend tot over de keel
2. Gesloten halsband
3. Afwezigheid tabby tekening op de kop
en rond de ogen bij volwassen katten
4. Ontbreken van donkere staartpunt
5. Ringen op de staart
6. Teveel taankleur bij de zilvers
7. Onduidelijke of niet correcte ticking
8. Minder dan 4 kleurbandjes
(of dubbele ticking) bij volwassen katten
9. Zwakke kin
10. Recht profiel of stop in profiel
11. Zweepstaart
12. Twee of meer van onderstaande fouten
13. Onvoldoende zilver bij zilvers
FOUT
1. Pinch (geknepen snuit) of ontbreken van lichte welving in de kaaklijn
2. Lichte of modderige oogkleur
3. Ogen niet schuin geplaatst
4. Zware open halsband
5. Afwezigheid van aalstreep
6. Afwezigheid van laarsjes op de achterpoten
7. Duidelijke strepen op de poten
8. Grauwe haarbasis op groot deel van de kat
9. Pluizige, zachte, te lange of te ruige vacht
10 Taankleur bij volwassen zilveren katten
KLEURSLAGEN
wildkleur (genetisch zwart)
kleurimpressie diep gloeiend warmbruin
ticking zwart
grondkleur warm donker abrikoos kleurig
neusleer steenrood, zwart omrand
voetzolen zwart
sorrel
kleurimpressie diep koperrood
ticking warme kaneelkleur
grondkleur warm abrikoos
neusleer roze, kaneelkleurig omrand
voetzolen zalmroze
chocolate
kleurimpressie diep warmbruin
ticking chocolate
grondkleur warm donker abrikoos
neusleer roze, chocolate omrand
voetzolen rozebruin
blauw
kleurimpressie blauwgrijs met zachte warme gloed
ticking staalblauw
grondkleur havermoutkleurig
neusleer roze, staalblauw omrand
voetzolen blauw
lilac
kleurimpressie roze-achtig duifgrijs
ticking lilac
grondkleur lichtbeige
neusleer roze, lilac omrand
voetzolen oud-roze
fawn
kleurimpressie warm zandkleurig
ticking zandkleur
grondkleur licht beige
neusleer roze, licht zalmroze omrand
voetzolen zalmroze
rood
kleurimpressie warm oranjerood
ticking dieprood
grondkleur oranjerood
neusleer en
voetzolen roze
crème
kleurimpressie licht crème
ticking crème
grondkleur licht crème
neusleer en
voetzolen roze
TORTIES
Voor de torties geldt:
De beide kleuren van de vacht zijn gemêleerd of komen in kleine vlekjes voor, bij voorkeur gelijkmatig over het lichaam verdeeld.
Aan- of afwezigheid van een bles is onbelangrijk.
ZILVERS
Alle toegestane kleuren
Voor de zilvers geldt:
De grondkleur is zilverwit. De ticking heeft de genetische kleur. Het geheel geeft een sprankelend effect.
N.B. Bij tortie zilvers kan weinig rood aanwezig zijn.
STANDAARD SOMALI
(waar afwijkend van de Abessijnen standaard)
VACHTSTRUCTUUR
Zacht en fijn van structuur, dicht ingeplant, maar sluik langs de ruggengraat vallend
De halflange vacht is overal even lang, behalve op de schouders waar hij korter mag zijn.
Bij twee katten van hetzelfde type en kleur wordt de voorkeur gegeven aan een kat met een kraag en broek. Kraag en broek hoeven nog niet aanwezig te zijn bij kittens.
Pluimpjes in en bovenop de oren en haarplukjes tussen de tenen.
Volle pluimstaart.
AFTEKENING
Ticking is het belangrijkste van de Somali vacht.
Door de langere vacht heeft de Somali tenminste zes contrasterend gekleurde banden van de haarwortel tot de haarpunt (3dubbele ticking).
De ticking ontwikkelt zich langzaam maar moet bij kittens echter tenminste op de schouders
aanwezig zijn.
Oorpluimpjes, tekening in het gezicht, bovenkant en punt van de staart en laarsjes hebben dezelfde kleur als de ticking. Een donkerder ticking op de bovenkant van de ruggengraat en de bovenkant van de staart is wenselijk.
Borst, buik, staartonderkant, binnenkant van de poten en de broek hebben de effen grondkleur.
De diepe warme tint van de geslachtsgebonden kleuren rood en crème ontwikkelt zich pas bij het volwassen worden en zal bij kittens en jonge katten meestal nog ontbreken.
Beoordeling GOED
Wit medaillon of witte vlekken behalve rond kin, lippen en neusvleugels
Gesloten halsband
Beoordeling ZEER GOED
Afwezigheid van ticking bij volwassen dieren
NIET TOEGESTAAN
1. Gedrongen of oosters type
2. Pinch (geknepen snuitje)
3. Recht profiel of stop
4. Ontbreken van tabby tekening op de kop
5. Onjuist gekleurde laarsjes; bij zilvers mogen de laarsjes korter zijn
6. Duidelijke strepen op poten, lichaam of staart
7. Koude, bleke grondkleur bij wildkleur
8. Grauwe haarbasis bij groot deel van de vacht
9. Onvoldoende contrast tussen grondkleur en ticking
10. Voor blauw: bijna witte grondkleur in het bijzonder op de rug
11. Eenkleurige poot bij torties
12. Opvallende taankleur bij zilvers
(hele kleine plekjes taan in een
overigens goed duidelijke zilver toegestaan).
Nb: Bij rode, crème en tortie Somali's mogen enige sproeten op neus, lippen, oogleden, oren en voetzoolkussentjes niet fout gerekend worden
Puntentelling
Kop 15
Oren 10
Ogen 10
Nek, lichaam 10
Poten, voeten 5
Staart 5
Vachtleur 15
Ticking 15
Structuur 5
Lengte 10
Totaal 100
KLEURSLAGEN
wildkleur (genetisch zwart)
kleurimpressie diep gloeiend warmbruin
ticking zwart
grondkleur warm donker abrikooskleurig
neusleer steenrood, zwart omrand
voetzolen zwart
sorrel
kleurimpressie diep koperrood
ticking warme kaneelkleur
grondkleur warm abrikoos
neusleer roze, kaneelkleurig omrand
voetzolen zalmroze
chocolate
kleurimpressie diep warmbruin
ticking chocolate
grondkleur warm donker abrikoos
neusleer roze, chocolate omrand
voetzolen rozebruin
blauw
kleurimpressie blauwgrijs met zachte warme gloed
ticking staalblauw
grondkleur havermoutkleurig
neusleer roze, staalblauw omrand
voetzolen blauw
lilac
kleurimpressie roze-achtig duifgrijs
ticking lilac
grondkleur lichtbeige
neusleer roze, lilac omrand
voetzolen oud-roze
fawn
kleurimpressie warm zandkleurig
ticking zandkleur
grondkleur licht beige
neusleer roze, licht zalmroze omrand
voetzolen zalmroze
rood
kleurimpressie warm oranjerood
ticking dieprood
grondkleur oranjerood
neusleer en
voetzolen roze
crème
kleurimpressie licht crème
ticking crème
grondkleur licht crème
neusleer en
voetzolen roze
TORTIES
Voor de torties geldt:
De beide kleuren van de vacht zijn gemêleerd of komen in kleine vlekjes voor, bij voorkeur gelijkmatig over het lichaam verdeeld. Aan- of afwezigheid van een bles is onbelangrijk.
ZILVERS
alle toegestane kleuren
Voor de zilvers geldt
De grondkleur is zilverwit. De ticking heeft de genetische kleur. Het geheel geeft een sprankelend effect.
N.B. Bij tortie zilvers kan weinig rood aanwezig zijn.